Alle artikelen

Wanneer is een sportparkmanager de oplossing, en wanneer nog niet?

Een rustig, onderbenut Sportpark op een doordeweekse middag, met een figuur die met een klembord over het pad loopt tussen twee clubgebouwen

Ik las onlangs de aankondiging van een nieuw onderzoeksproject van het Mulier Instituut: een driejarig onderzoek naar de opbrengsten van verenigings- en sportparkmanagement, dat loopt van 2024 tot en met 2026 en start met een verkenning bij zes locaties (Mulier Instituut, 2024). Wat me daarbij opviel: zelfs op landelijk niveau wordt nog onderzocht wat een sportparkmanager precies oplevert. Een rol die op steeds meer sportparken opduikt, maar nog altijd geen vanzelfsprekendheid is.

Dat beeld herken ik uit de praktijk. De vraag of een Sportpark een sportparkmanager nodig heeft, komt zelden uit het niets. Meestal is er al een tijdje iets aan de hand voordat iemand die vraag hardop stelt. Een paar signalen die ik vaak terugzie.

Meerdere verenigingen, geen centraal aanspreekpunt

Op sportparken waar meerdere verenigingen naast elkaar zitten, ontstaat op een gegeven moment de wens om de krachten te bundelen: gezamenlijke inkoop, gedeeld beheer van de kantine, of gewoon één aanspreekpunt in plaats van drie besturen die ieder hun eigen belang behartigen. Zodra die wens er eenmaal is, blijkt een aparte, verbindende rol vaak de enige manier om hem ook echt van de grond te krijgen.

Overdag leeg, en niemand die er iets aan doet

Een voorbeeld dat dit goed laat zien is Sportpark Galecop in Nieuwegein, waar ongeveer tweeduizend leden sporten bij vier verenigingen. De gemeente en de verenigingen besloten gezamenlijk een sportparkmanager aan te stellen, niet vanwege een probleem met de sport zelf, maar omdat het Sportpark overdag grotendeels leeg stond en het onderhoud steeds meer bij de verenigingen kwam te liggen, precies op het moment dat het aantal beschikbare vrijwilligers daarvoor terugliep (Allesoversport.nl, 2020). Die combinatie, onbenutte ruimte overdag en een vrijwilligersbasis die de extra taak niet meer trekt, zie ik vaker samenkomen.

Dat laatste sluit aan bij wat ik eerder schreef in Het vrijwilligersmodel kraakt: minder vrijwilligers voor structurele taken, terwijl er tegelijk meer van verenigingen wordt gevraagd. Wanneer die druk oploopt, wordt een taak zoals sportparkbrede coördinatie al snel de eerste die blijft liggen.

Het vrijwilligersmodel kraakt

Een structurele rol, geen los projectje

Een sportparkmanager is doorgaans geen tijdelijke klus. Het landelijke functieprofiel voor deze rol gaat uit van een structurele inzet van minimaal 0,6 fte, vaak werkend voor meerdere organisaties op hetzelfde Sportpark tegelijk (Sportindebuurt.nl, functieprofiel sportparkmanager). Dat is meteen een bruikbare toets: gaat het om een paar uur ondersteuning bij één evenement, dan is een sportparkmanager waarschijnlijk niet de oplossing. Gaat het om een terugkerende opgave die het bestuur van één vereniging overstijgt, dan meestal wel.

Ik schreef eerder uitgebreider over waarom deze rol op steeds meer sportparken nodig is in Een Sportpark heeft net zo goed een regisseur nodig als een gemeente. Dit artikel gaat een stap verder: niet het waarom, maar het moment waarop die vraag voor uw eigen Sportpark concreet wordt.

Een Sportpark heeft net zo goed een regisseur nodig als een gemeente

Wij werven en plaatsen zelf geen sportparkmanager, dat is aan de gemeente, een stichting of het samenwerkingsverband van verenigingen zelf. Waar wij wel bij helpen: scherp krijgen of, en in welke vorm, zo'n rol past bij de bredere ontwikkelrichting van een Sportpark, als onderdeel van de governance en parkorganisatie, voordat een wervingsproces start.

Twijfelt u of uw Sportpark toe is aan een sportparkmanager, of juist nog niet? Wij van Saven denken hier graag over mee, als onderdeel van onze bredere aanpak.

Portret van Natasja

Natasja Heijink

Ontwikkelregisseur maatschappelijke sportlocaties

Bekijk onze aanpak