Alle artikelen

Samenwerkingskansen op een Sportpark: wat de wetenschap bevestigt van wat ik al jaren zie

Illustratie van een sportpark met tennisbanen, een gedeeld clubgebouw en een voetbalveld, verbonden door paden met wandelaars, fietsers en sporters van verschillende leeftijden

Ik las laatst een onderzoek van Saxion, in samenwerking met Stichting Ontmoetingsparken Twente en Vario Fields, over de ontwikkeling van een sportpark in Enschede tot ontmoetingspark. En ik moet zeggen, het voelde als een bevestiging van iets wat ik al jaren op sportparken tegenkom, maar wat vaak nog als losse observatie wordt afgedaan in plaats van als serieuze ontwikkelrichting.

Wat het onderzoek laat zien

Het gaat om een sportpark rond een omnisportvereniging in Enschede Oost. Een handbalvereniging, en later ook andere gebruikers, delen straks niet zomaar een terrein, maar een ontworpen ontmoetingsplek. Onderzoekers, een stichting die sportverenigingen helpt hun maatschappelijke rol te vergroten, en een specialist in de inrichting van buitenruimte werken hierin samen, met subsidie van een landelijk regieorgaan.

Wat mij vooral trof, is de onderliggende gedachte. Sportparken zijn vaak het groene hart van een wijk, maar die potentie wordt lang niet altijd benut. Verenigingen hebben alles in huis om een sleutelrol te spelen in een gezonde, actieve leefomgeving, maar dan moet je het park wel zo inrichten dat het niet alleen van de leden is. Ouderen, buurtbewoners, mensen die nu nog niet in beweging komen, die groepen vragen om een ander soort uitnodiging dan een trainingsrooster.

De onderzoekers verbinden daarbij bewust meerdere werelden. Sport, zorg, welzijn en ruimtelijke ordening komen samen in een ontwerpaanpak, met als doel leefomgevingen te maken die toekomstbestendig zijn en waarin iedereen kan meedoen. Dat is precies waar bij mij een lampje gaat branden. Want dit is geen vaag toekomstbeeld. Het is een concrete, onderzochte manier van werken: co-creatie, ontwerpend onderzoek en het in kaart brengen van wensen en gebruikspatronen, om van daaruit stap voor stap aanpassingen door te voeren.

Waarom dit geen uitzondering is, maar een patroon

Ik zie deze beweging niet alleen in Enschede. Overal in Nederland ontstaat dezelfde vraag op sportparken waar meerdere verenigingen samen ruimte delen, of waar een verhuizing, fusie of nieuwbouwplan de aanleiding vormt om verder te kijken dan alleen de eigen club. De vraag is dan steevast dezelfde: welke samenwerkingskansen liggen er eigenlijk op dit sportpark, en hoe pak je die zonder dat de identiteit van de afzonderlijke verenigingen verloren gaat?

Dat is een minder eenvoudige vraag dan hij klinkt. Samenwerkingskansen op een sportpark zitten zelden in een groot gebaar. Ze zitten in de stapeling van kleine, concrete keuzes. Wat delen verenigingen aan voorzieningen, en wat houden ze liever eigen? Hoe richt je een gezamenlijke kantine in zonder dat die het clubgevoel van iedereen verdunt? Wie is straks aanspreekpunt voor beheer, en hoe voorkom je dat gedeeld gebruik van sportaccommodaties uitmondt in gedeelde verantwoordelijkheid voor niemand?

Het onderzoek in Enschede benadert dit vanuit de wetenschap, met sociaal-ruimtelijke analyses en ontwerpend onderzoek. Ik benader het vanuit de praktijk, met gesprekken, data over huidig gebruik en een gefaseerde aanpak. Maar de kern is identiek. Je begint met goed kijken naar wat er al gebeurt, voordat je iets nieuws bedenkt.

Van kans naar concrete richting

Waar het voor gemeenten, sportbedrijven en verenigingen op neerkomt, is dit. Samenwerkingskansen herkennen is een ding. Ze vertalen naar een uitvoerbare Sportparkvisie is iets anders. Daar zit het echte werk. Welke voorzieningen lenen zich voor gedeeld gebruik van sportaccommodaties, welke functies versterken elkaar juist als je ze bij elkaar zet, en wat is haalbaar gezien de financien en de bereidheid van de betrokken partijen.

Een haalbaarheidsonderzoek voor het sportpark is daarbij onmisbaar, niet als formaliteit, maar als manier om aannames te toetsen voordat er onomkeerbare keuzes worden gemaakt. Want een sportpark ontwikkelen op basis van een goed idee alleen, zonder dat idee te toetsen aan gebruik, draagvlak en financien, is precies waar veel van dit soort trajecten vastlopen.

Onderzoek zoals dat van Saxion laat zien dat de beweging naar sportparken als bredere ontmoetingsplek geen incidentele trend is, maar een richting die serieus wordt onderzocht en onderbouwd. Voor mij is dat een bevestiging dat het werk dat ik doe, het vertalen van die kans naar een concreet, uitvoerbaar plan, precies op het juiste moment komt.

Zie je op uw eigen sportpark ook signalen van onbenutte samenwerkingskansen, tussen verenigingen onderling of met de bredere wijk? Ik denk er graag over mee, en breng graag in kaart waar de kansen op uw sportpark liggen, en wat daarvoor nodig is.

Portret van Natasja

Natasja Heijink

Ontwikkelregisseur maatschappelijke sportlocaties

Neem contact op