Alle artikelen

21 juni 2026

Minder verenigingen, meer sporters: de paradox verklaard

Illustratie waarin een kleine groep via een pijl overgaat in een grote groep sporters

Op het eerste gezicht lijken deze twee cijfers elkaar tegen te spreken. Het aantal Nederlandse sportverenigingen daalde tussen 2000 en 2023 met ongeveer 7 procent (Mulier Instituut, 2024), van circa 28.000 naar bijna 26.000 verenigingen. Tegelijkertijd nam het aantal unieke leden van sportclubs in 2024 juist met ongeveer 32.000 personen toe (NOC*NSF, 2025), en groeide het totale aantal lidmaatschappen met ongeveer 68.000, mede doordat meer mensen bij meerdere clubs actief zijn.

De verklaring: minder verenigingen betekent niet minder sporters. Het betekent vooral dat sport zich anders organiseert. Sommige clubs fuseren of stoppen, terwijl andere clubs juist hard groeien en nieuwe leden nauwelijks meer kunnen opvangen.

Wat ik gemeenten daarom altijd afraad, is de simpele uitspraak "sportverenigingen verliezen leden" als algemene conclusie. Dat is landelijk gewoon niet houdbaar. Preciezer is: de ontwikkeling van ledenaantallen verschilt sterk per sport, leeftijdsgroep, vereniging en regio. Terwijl sommige verenigingen krimpen, groeien andere clubs snel en kunnen zij nieuwe leden nauwelijks meer opvangen.

Voor een Sportpark met meerdere verenigingen is dit direct relevant: binnen hetzelfde park kan de ene club krimpen terwijl de andere een wachtlijst heeft. Dat vraagt om herverdeling van ruimte en capaciteit, niet om een generieke uitbreiding of juist inkrimping van het hele park.

Deze paradox is één van de ontwikkelingen die ik behandel in "Sportparken onder druk".

Lees meer op Sportparken onder druk

Herkent u dit contrast bij uw eigen Sportpark? Wij van Saven kijken graag mee naar wat dit voor uw situatie betekent.

Portret van Natasja

Natasja Heijink

Ontwikkelregisseur maatschappelijke sportlocaties

Neem contact op