25 mei 2026
Waarom klimaatbestendigheid meeweegt in de ontwikkelrichting van uw Sportpark

Vorige maand zat ik aan tafel bij een gemeente die twijfelde over de vernieuwing van een verouderd Sportpark. De vraag leek in eerste instantie simpel: kunstgras of natuurgras. Maar terwijl we de bezetting, het gebruik en de exploitatie doornamen, kwam er een derde factor op tafel die vijf jaar geleden nog nauwelijks meespeelde: wat doet dit veld bij drie weken droogte, en wat gebeurt er bij een fikse regenbui in augustus.
Dat is geen toevallige vraag. Het Nederlandse klimaat is de afgelopen dertig jaar warmer, natter én droger geworden, met steeds vaker gebroken weerrecords (PBL, 2024). De hittegolf van 2019 zorgde voor 400 extra sterfgevallen, en de wateroverlast in Limburg in 2021 richtte voor meer dan 430 miljoen euro schade aan (PBL, 2024). Dat zijn cijfers over Nederland als geheel, maar de sportsector merkt dezelfde patronen direct: afgelastingen door verdorde of ondergelopen velden, en hittegolven die buiten sporten simpelweg onmogelijk maken (Duurzame Sportsector, 2022).
Ik wil hier meteen duidelijk over zijn: Saven is geen klimaatadviesbureau. Wij gaan niet over drainagesystemen, grondwaterstanden of het technisch ontwerp van een waterbergingsvoorziening, daar zitten andere specialisten voor. Waar wij wel over gaan, is de ontwikkelrichting die een gemeente of Sportpark kiest voordat die technische keuzes worden gemaakt.
En dat is precies waar klimaat vaak nog ontbreekt in het gesprek. Een investeringsbeslissing over een Sportpark gaat al snel over gebruik, bezetting en exploitatie, want dat zijn de vraagstukken die meteen voelbaar zijn. Klimaatbestendigheid voelt abstracter, en wordt daardoor makkelijker vooruitgeschoven tot na de grote keuzes al zijn gemaakt. Het probleem: als je een Sportpark voor de komende twintig tot dertig jaar ontwikkelt, en droogte en wateroverlast pas ná de tekentafel meeneemt, koop je jezelf een kostbaar probleem terug.
Bij Sportpark De Neul in de gemeente Meierijstad hebben voetbalvereniging RKSV Rhode, de gemeente en waterschap De Dommel dit wel vanaf het begin samen opgepakt. Het resultaat is een Sportpark met drie kunstgras- en drie natuurgrasvelden, ingericht om hoge grondwaterstanden, hevige buien én periodes van droogte op te vangen (Duurzame Sportsector, 2022). Niet omdat het bestuurlijk trendy is, maar omdat de partijen vooraf hebben vastgesteld welke ontwikkelrichting nodig was, en pas daarna de technische invulling hebben laten uitwerken.
Dat is precies de volgorde die ook in onze aanpak past: eerst scherp krijgen wat een Sportpark op de langere termijn moet kunnen dragen, inclusief klimaat als factor naast gebruik en exploitatie, en pas daarna een uitvoerbaar plan neerzetten. Zonder die volgorde loop je het risico dat een investering die nu op papier klopt, over vijf jaar alweer achterhaald is.
Voor gemeenten en sportbedrijven die een verouderde sportaccommodatie tegen het licht houden, is de vraag dus niet alleen "hoeveel gebruik en bezetting rechtvaardigt deze investering", maar ook "houdt deze keuze stand bij het weer van over tien jaar". Dat laatste hoort standaard op tafel te komen bij het bepalen van de ontwikkelrichting, niet als losstaand duurzaamheidsonderwerp achteraf.
Wij van Saven nemen deze vraag daarom standaard mee in het verkennende gesprek over een Sportpark, naast de vraagstukken rond gebruik, bezetting en exploitatie die we al eerder beschreven in Waarom losse cijfers tot verkeerde investeringsbeslissingen leiden. Niet als apart traject, maar als onderdeel van dezelfde, samenhangende ontwikkelrichting.
Waarom losse cijfers tot verkeerde investeringsbeslissingen leiden
Benieuwd hoe dit voor uw Sportpark uitpakt? Bekijk onze aanpak.

Natasja Heijink
Ontwikkelregisseur maatschappelijke sportlocaties